Veel gestelde vragen

Binnen het handencentrum beantwoorden we graag al uw vragen. Toch willen we proberen een aantal veel gestelde vragen te beantwoorden via onze website. In het rechter menu vind u een overzicht van de meest gestelde vragen en de bijbehorende antwoorden.

Waarom moet ik mijn BSN geven?

Burger Service Nummer in de zorg

Vanaf 1 juni 2009 zijn alle zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars verplicht te werken met het burgerservicenummer (BSN) volgens de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg (Wbsn-z). De wet is sinds 1 juni 2008 van kracht. Vanaf deze datum zijn zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars verplicht het BSN op te nemen in de administratie en te gebruiken bij gegevensuitwisseling over patiënten en cliënten. De Wbsn-z is tevens een voorwaarde voor het invoeren van het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD).

Gebruik BSN in de zorg

Het BSN maakt de gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders, indicatieorganen en zorgverzekeraars gemakkelijker en betrouwbaarder. Door het gebruik van het BSN kan persoonsverwisseling en identiteitsfraude voorkomen worden. Daarvoor wordt het BSN overgenomen uit een betrouwbare bron.

Meer informatie

www.burgerservicenummer.nl/Paramedici

Mag ik autorijden met een spalk?

Auto rijden

Bijna dagelijks worden we in de praktijk geconfronteerd met vragen van patiënten over het al dan niet mogen autorijden met een spalk. Vandaar dat onze collega Marije Oudman uit het UMC st Radboud te Nijmegen een en ander heeft uitgezocht. Hieronder vindt u een samenvatting van haar artikel.

Wettelijke regels

In de ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’, (aangevuld c.q. gewijzigd in 2000, 2002 en 2004 in opdracht van de ministers van Verkeer en Waterstaat (Netelenbos en Peijs)) worden eisen beschreven aan de medische rijgeschiktheid van deelnemers aan gemotoriseerd verkeer.

Als inleiding wordt het volgende geschreven:

‘Bij het formuleren van medische geschiktheidseisen doet zich internationaal het probleem voor, dat afgezien van de invloed van alcoholgebruik er nog altijd betrekkelijk weinig epidemiologische gegevens zijn over de relatie tussen de gezondheidstoestand van verkeersdeelnemers en het veroorzaken van verkeersongevallen. Het spreekt voor zich dat de ongevalskans kan toenemen door een verminderde lichamelijke of geestelijke conditie van degene die een motorrijtuig bestuurt. Ook is het duidelijk dat aandoeningen als blindheid of een ernstige geestesziekte iemand zonder meer ongeschikt maken voor deelname aan het gemotoriseerde verkeer’.

Geschikt?

‘Het begrip ‘geschiktheid’ heeft betrekking op de lichamelijke en geestelijke kwaliteiten op grond waarvan een persoon wel of niet, of voor een beperkte tijdsduur, geschikt is voor het besturen van een motorrijtuig; de vaststelling van de geschiktheid voor één of meer rijbewijscategorieën geschiedt door middel van afgifte (door het CBR) van de verklaring van geschiktheid. Het medisch onderzoek ten behoeve van de beoordeling van de geschiktheid kan bestaan uit een aantekening door de keurend arts (eventueel aangevuld met een Geneeskundig verslag) en/of een specialistisch rapport. Met de aantekening van de keurende arts wordt bedoeld de aantekening die wordt geplaatst op de Eigen Verklaring als een van de vragen bevestigend wordt beantwoord. Waar sprake is van een specialistisch rapport, is daarmee bedoeld het rapport dat het CBR ontvangt van de onafhankelijke specialist naar wie de keurling door het CBR is verwezen, dan wel de bevindingen van het onderzoek, bedoeld in artikel 133, tweede lid, van de egenverkeerswet 1994.

Lichamelijke handicaps

In de ‘Regeling eisen Geschiktheid 2000’ worden stoornissen als die van het gezichtsorgaan of neurologische aandoeningen zeer uitgebreid beschreven. Het hoofdstuk over lichamelijke handicaps is echter maar kort:

‘De geschiktheid van personen met een lichamelijke handicap wordt in eerste instantie beoordeeld door het CBR op basis van de aantekening van de keurende arts op de eigen verklaring en de eventueel reeds beschikbare overige gegevens (bijvoorbeeld een rapport van de revalidatiearts). In de tweede plaats kan het CBR een beoordeling vragen door een deskundige van het CBR op het gebied van de praktische geschiktheid. Deze deskundige adviseert het CBR - veelal na uitvoering van een technisch onderzoek of een rijtest - over de mogelijkheden van de aanvrager van het rijbewijs om, zo nodig met aanpassingen aan het voertuig, een motorrijtuig te besturen. Bij twijfel over de geschiktheid van de betrokkene in de nabije toekomst dient een beperkte geschiktheidstermijn voor de desbetreffende rijbewijscategorie te worden gehanteerd. Het CBR kan dan tijdig de geschiktheid opnieuw bezien.’

Eigen verklaring

Als je rijexamen doet, zul je een Eigen Verklaring in moeten vullen. Dit is een lijst met een tiental vragen over de medische rijgeschiktheid. In de categorie patiënten met handletsels is de beantwoording van de volgende vraag van toepassing: ‘Hebt u een functiebeperking waardoor het normale gebruik van een arm, hand of vingers, dan wel van bijbehorende gewrichten, beperkt of afwezig is?’ Als iemand deze vraag met ‘nee’ kan beantwoorden, ook bij een veranderde medische situatie, is er niets wat hem tegenhoudt om auto te rijden.

Verantwoordelijkheid

Is het antwoord op bovenstaande vraag echter ‘ja’, dan zal de patiënt zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen om - als het om een tijdelijke situatie gaat – geen auto te rijden. Gaat het om eenlangdurige of permanent veranderde situatie, dan kan dit door de patiënt gemeld worden bij het CBR door een Eigen Verklaring (verkrijgbaar bij de gemeente of het CBR) op te sturen met daarop een beschrijving van de behandelend specialist. Het CBR beslist dan of verder onderzoek of een rijtest nodig is en brengt advies uit. Zo nodig wordt een aantekening op het rijbewijs geplaatst. Deze procedure kan enkele weken duren. Belangrijk voor ons als (para)medici is, dat wij patiënten informeren over het effect van autorijden op de structuren in de hand en arm. Daarnaast moeten we ze naar mijn mening wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van deelname aan het verkeer vanuit verkeerstechnisch oogpunt gezien. Het (on)vermogen van de arm / handfunctie mag geen gevaar voor de medeweggebruikers opleveren. Wettelijk bestaat er geen plicht om een veranderde situatie te melden bij het CBR. Zou de minister een meldplicht invoeren, dan heeft hij/zij daarbij de plicht om ook aan te geven bij welke ziektes, aandoeningen en afwijkingen deze melding noodzakelijk is. Op dit moment wordt dat aan de verantwoordelijkheid van de betrokkene overgelaten. Daarbij geldt dat patiënten wel een morele plicht hebben, omdat zij anderen niet onnodig in gevaar mogen brengen. Op het moment dat een patiënt niet in staat is het stuur, de versnellingspook en de knoppen te bedienen, in een auto waarin dat wel vereist is, zou hij daarmee een gevaar op de weg kunnen zijn.

Verzekering

Hoewel er geen officiële meldplicht is, hebben verzekeringsmaatschappijen (in het geval van betrokkenheid bij schade) verschillende strategieën. Sommige zullen streng zijn en niet uitbetalen, andere zijn coulant. Enkele hebben clausules in hun polisvoorwaarden. Het CBR geeft aan hier geen zicht op te hebben.

Aanvulling door het Handencentrum.eu; Een schriftelijke verklaring waarin uw verzekeringsmaatschappij verklaart dat u verzekert bent bij schade of ongeval indien u rijdt met een spalk schept hierbij meer zekerheid.

Conclusie

Patiënten met een handletsel of –aandoening hebben zelf de verantwoordelijkheid om te beslissen of ze wel of niet deelnemen aan gemotoriseerd verkeer. Wanneer patiënten aan artsen of therapeuten advies vragen hebben die naar mijn mening de verantwoordelijkheid hen hierop te wijzen. Hierbij moet voor de patiënt duidelijk worden dat er een onderscheid is tussen de effecten voor zijn hand en de effecten voor de verkeersveiligheid.

 

 

Meer weten? Neem nu contact op
logo small

Contactgegevens

Eindhoven

Dr.Cuyperslaan 53
5622 MA Eindhoven

T: 040 - 23 66 446
F: 040 - 213 63 80


Uden

Velmolenweg 169
5404 LC Uden

T: 0413 - 27 12 00
F: 0413 24 74 56


Venlo

Kloosterstraat 2
5921 HC Venlo (Blerick)

T: 077 - 782 01 15


's-Hertogenbosch (vanaf juli 2016)

Pettelaarseweg 186

5216 BW 's-Hertogenbosch

T: 040 - 23 66 446
F: 040 - 213 63 80